Herkomst
Chenin Blanc 2024 van Allée Bleue komt uit Franschhoek, in de Western Cape van Zuid-Afrika. Dit is een warm dal met koele tegenkracht uit de bergen. Chenin Blanc kan daar gul en rijp worden, maar houdt genoeg zuur om niet zwaar te worden. Dat is meteen de reden dat deze druif in Zuid-Afrika zo sterk is. Ze kan zon dragen zonder haar tafelspanning kwijt te raken.
Allée Bleue is een historisch domein in Franschhoek. De stijl van deze wijn is niet gemaakt om streng, groen of messcherp over te komen. Dit is Chenin Blanc met rijp geel fruit, een klein aandeel Viognier en een zachte kruidige rand. De blend bestaat uit 93% Chenin Blanc en 7% Viognier. Chenin blijft dus duidelijk de basis, terwijl Viognier vooral parfum, ronding en een rijpere indruk toevoegt.
Druiven en smaak
In de geur zit mango, gele perzik en gedroogde abrikoos. Daaronder komen vanille, noga en een nootachtige toon. De wijn is droog, rijk en levendig. Dat laatste is belangrijk. Rijk betekent hier niet log of zoet. De citroenachtige afdronk en de mineraliteit trekken de wijn weer recht. Daardoor blijft hij geschikt voor aan tafel, zeker bij gerechten die zelf ook wat ronding of milde specerij hebben.
De 7% Viognier maakt de wijn iets geuriger dan een pure, strakke Chenin. Je merkt dat vooral aan de zachte bloemige indruk en het rijpere fruit. Toch wordt het geen uitgesproken Viognier stijl. Chenin geeft de ruggengraat. Viognier geeft de schouderbreedte. Samen leveren ze een witte wijn op die opener en zachter is dan Sauvignon Blanc, maar minder zwaar dan een volle Chardonnay.
Vinificatie
Deze Chenin Blanc draait niet om strenge keldertaal, maar om wat je in het glas merkt. Het rijpe fruit krijgt duidelijk ruimte, met mango, gele perzik en gedroogde abrikoos. Daarnaast proef je een zachte, nootachtige ronding met vanille en noga. De wijn blijft tegelijk droog en levendig, omdat de citroenachtige afdronk en mineraliteit genoeg spanning geven.
Dat maakt de vinificatie voor de drinker vooral herkenbaar in het glas. Geen kale, neutrale witte wijn, maar ook geen zwaar gebouwde houtwijn. De wijn heeft breedte, geur en zachte ronding. Tegelijk blijft hij droog en levendig. Juist die balans is de kracht van goede Zuid-Afrikaanse Chenin. Je krijgt zon, maar niet de vermoeidheid van te veel rijpheid.
Let vooral op de afdronk. Daar zit het verschil tussen zomaar een rijpe witte wijn en een fles die aan tafel overeind blijft. De noga en vanille geven zachtheid, maar de citroenachtige finale maakt hem weer helder. Daardoor kun je hem schenken bij gerechten met romigheid, maar ook bij frisse groente, vis en lichte kruiden.
Wijn en spijs
Aan tafel zou ik beginnen bij sappige kip uit de oven, met citrusschil, groene kruiden en een lichte saus. De wijn heeft genoeg volume voor zo'n gerecht, maar de frisse staart voorkomt dat het zwaar wordt. Bij vis kies je beter voor een bereiding met venkel of een klein bittertje dan voor iets heel romigs. Dan blijft de wijn breed genoeg, zonder zijn spanning te verliezen.
Met geitenkaas werkt vooral de combinatie van zuur, fruit en nootachtige zachtheid. Denk aan een salade met rijpe perzik, amandel of hazelnoot, niet aan een heel streng groene salade. Voor kruidigheid mag je richting gember, limoen en koriander. De rijpe fruitkant vangt milde specerij op, terwijl de droge finale het gerecht niet zoeter maakt.
Schenken
Schenk deze wijn rond 9 tot 10 graden in een normaal wit wijnglas. Te koud wordt hij smaller en raak je de noga en nootachtige laag kwijt. Te warm wordt het tropische fruit te breed. Een paar minuten in het glas helpt. Drink hem vooral jong, zolang fruit, frisheid en ronding tegelijk aanwezig zijn.
