11 maart 2026 | wijnblog
Ik herinner me een avond in het proeflokaal in Tilburg. Acht mensen aan een tafel, acht glazen, en één vrouw die me aanstifte met het eerlijkste wat ze kon zeggen: “Luc, ik weet gewoon niet wat ik moet proeven.” Ze had een Riesling in haar hand. Droog, mineraal, met die typische petroltoon die je bij goede Mosel-wijnen tegenkomt. Ze wist er geen raad mee.
Dat moment heeft me gevormd. Niet als sommelier, want die opleiding had ik al. Maar als docent. Want haar vraag was niet: “Hoe heet deze druif?” Haar vraag was eigenlijk: “Hoe werkt wijn überhaupt?” En dat is geen ras-vraag. Geen regio-vraag. Het is een stijlvraag. Voordat je één druif kent, moet je begrijpen hoe stijlen werken. Dat is de kortste weg naar wijnbegrip.
Sindsdien begin ik elke cursus, elke proeverij, elke les met hetzelfde uitgangspunt: wijnstijlen leren is de basis. Niet uit een boek. Aan een tafel, met glazen, met mensen die vragen stellen.
Waarom wijnstijlen begrijpen je wereld verandert
Op proeverijen zie ik het steeds opnieuw. Mensen pakken een glas, nemen een slok, en zeggen: “Lekker” of “Niet zo mijn ding.” Prima. Maar het helpt je niet verder bij de volgende proefnotitie. Het helpt je niet bij de keuze in een restaurant. Het helpt je niet als je voor een muur met wijnen staat in de slijterij.
Wat wél helpt, is begrijpen waarom iets lekker of niet lekker is. Is het de zuurgraad die je afschrikt? De tannines die je tong drogen? De zoetheid die je niet verwachtte? De houtrijping die je aan vanille doet denken? Want als je dat weet, kun je gericht zoeken. Je bent niet meer afhankelijk van wat een ander zegt, maar van wat jij proeft.
Wijnstijlen zijn de bouwstenen van dat begrip. Er zijn ruwweg zes grote categorieën waar bijna elke wijn ter wereld in past. Als je die zes begrijpt, begrijp je wijn. Zo simpel is het.
De zes wijnstijlen die je moet kennen
1. Fris en fruitig wit
Dit is de categorie waar veel mensen mee beginnen, en dat is niet toevallig. Sauvignon Blanc, Verdejo, Pinot Grigio. Wijnen die fris zijn, licht, met duidelijk fruit en een levendige zuurgraad. Weinig of geen hout. Drink ze jong, drink ze koud, drink ze bij het aperitief of bij lichte gerechten.
In proeverijen introduceer ik deze stijl altijd als het instappunt. Niet omdat het simpele wijn is, want een goede Sancerre uit de Loire of een minerale Vinho Verde uit Portugal zijn allesbehalve eendimensionaal. Maar het is directe wijn. Wat je ruikt, is wat je proeft. Geen lagen die je moet ontrafelen. Dat maakt het toegankelijk.
Wat ik altijd zeg bij deze stijl, combineer ze met verse geitenkaas of een salade met citroen. De zuurgraad van de wijn spiegelt die van het gerecht. Alles wordt levendiger. Dat is balans, en balans is de kern van goede combinaties. Wil je meer weten over wijn-spijs? Kijk dan eens op mijn pagina over wijn en spijs.
2. Vol en houtgerijpt wit
Aan het andere uiteinde van het spectrum staat de Bourgogne Blanc. Of een goede Chardonnay op eik. Romig, vol, met vanille en brood op de neus. Dit is de stijl die veel mensen niet verwachten bij wit. En dat is precies waarom hij zo onthutsend kan zijn.
Ik herinner me een proeverij waarbij ik een deelnemer blind een Meursault liet proeven. Ze nam een slok, fronste haar wenkbrauwen, en zei: “Dit is toch geen witte wijn?” Zo rijk, zo vol, zo complex kan wit zijn. De houtrijping voegt vanille, boter en brood toe. De malolactische fermentatie maakt de wijn romig. Het resultaat is iets dat dichter bij room staat dan bij citroensap.
Deze wijnen vragen om eten met vettigheid of diepte. Gegrilde vis met botersaus. Een romige pasta met paddenstoelen. Kip met dragon. Ze combineren niet goed met lichte frisse salades, want de stijlen botsen. Daarvoor is een fris wit beter. Stijlbewustzijn betekent ook weten wanneer je iets niet moet kiezen.
3. Aromatisch wit
Dit is mijn persoonlijke speeltuin. Riesling, Gewurztraminer, Viognier. Wijnen die al ruiken naar meer voordat je het glas aanraakt. De neus springt je tegemoet. Roos, lychee, abrikoos, benzine, bloesem, witte perzik.
Riesling is mijn favoriete druif. Dat verberg ik niet en ik ga er ook geen verontschuldigingen over maken. Maar Gewurztraminer is de wijn die ik gebruik om mensen wakker te schudden in een proeverij. Wie zegt dat wijn saai ruikt, geef ik een glas Gewurz uit de Elzas in de hand. Dat ruikt naar parfum, naar rozenwater, naar kruiden die je niet kunt benoemen maar meteen herkent. Daar blijf je aan snuffelen.
Aromatische wijnen combineren fantastisch met Aziatische gerechten. Thais, Indiaas, Vietnamees. De aromatische complexiteit van de wijn matcht met de kruiden in het gerecht. Een half droge Riesling bij rode curry is een van de combinaties die ik het meest aanraad aan mensen die wijn bij afhaalmaaltijden willen drinken. Probeer het. Je komt er niet meer op terug.
4. Licht en fruitig rood
Gamay, Pinot Noir, Barbera. Dit zijn de rode wijnen voor mensen die zeggen dat ze geen rode wijn lusten. Want wat ze eigenlijk bedoelen, ze willen geen zware, tanninerijke, overweldigende rode wijn. En dat is iets heel anders dan geen rode wijn willen.
Een goede Beaujolais Village, licht gekoeld, bij een zomerse charcuterie. Dat is rood op zijn best. Fruitig, soepel, met zachte tannines die je amper voelt. Toegankelijk, direct, lekker. Ik zet deze stijl regelmatig neer als het alternatief voor mensen die normaal alleen wit drinken. De reactie is bijna altijd: “Oh, dit bedoel je met rood.”
In mijn cursussen wijs ik er altijd op, licht rood is niet inferieur aan zwaar rood. Het is een andere stijl voor een andere situatie. Een zalm van de barbecue vraagt om een frisse Pinot Noir. Een côte de boeuf vraagt om iets heel anders. Stijlbewustzijn is precies dat onderscheid maken.
5. Vol en tannineus rood
Cabernet Sauvignon, Syrah, Barolo. Dit is de categorie die mensen associëren met “serieuze” rode wijn. En terecht. Diep van kleur, rijk van smaak, met tannines die je tong en mondholte drogen. Wijn die om eten vraagt. Wijn die om geduld vraagt.
Ik leg in proeverijen altijd uit wat tannines zijn door een kopje sterk gezette thee te laten proeven, of een pitje uit een druif. Die droge, samentrekkende sensatie. Dat is tannine. In rode wijn zorgt het voor structuur, voor bewaarpotentie, voor de voelbare body die je kwijt bent bij lichte stijlen.
Combineer deze wijnen met rood vlees, wild, of gerijpte kazen. Een côte de boeuf bij een Saint-Estèphe (bordeaux). Dat is de combinatie die ik altijd als leervoorbeeld gebruik. De tannines in de wijn binden zich aan de eiwitten in het vlees. Alles wordt zachter. De wijn opent. Het vlees smaakt dieper. Dat is geen toeval. Dat is chemie én traditie tegelijk.
6. Zoet en dessertwijnen
Sauternes, Moscato, Port. De meest ondergewaardeerde categorie in de Nederlandse wijnwereld. Mensen bestellen na het eten liever een espresso dan een glas Sauternes. Dat begrijp ik. Maar het is zonde.
Want een goed glas Sauternes bij Roquefort is een van de meest intrigerende smaakcombinaties die er bestaat. De zoetheid van de wijn tegen de zoute, scherpe kaas. Contrast dat werkt. Ik herinner me een cursusdeelnemer die wijn “eigenlijk niet zo interessant” vond. Na dit hapje was ze om. Volledig. Ze kocht thuis een fles Sauternes en een stuk Roquefort. Mailde me een week later om het te vertellen.
Moscato d’Asti is de instapdessertwijn voor mensen die niet van zoet houden maar ook niet van droog. Licht, bubbelig, laag alcoholgehalte, frisse zuurgraad die de zoetheid in balans houdt. Een glas bij verse aardbeien of een lichte panna cotta. Meer heb je niet nodig.
Hoe ik proeven aanleert: de vijf stappen
Na jaren van lesgeven heb ik een vaste methode ontwikkeld. Geen ingewikkeld systeem met puntentabellen en Latijnse terminologie. Een logische volgorde die iedereen kan volgen vanaf de eerste proeverij.
Stap 1: Kijk. Wat is de kleur? Licht of donker? Helder of troebel? Bij wit: stroheel of goudgeel? Bij rood: paarsrood of baksteenrood? Kleur vertelt al veel over druif, rijping en wijnstijl, nog voordat je de wijn aanraakt.
Stap 2: Ruik rustig. Geef de wijn eerst een minuut in het glas voordat je ruikt. Laat hem ademen. Buig dan langzaam naar het glas en ruik met een korte, diepe inademing. Fruitig, bloemig, kruidig, aards, houtachtig? Probeer te benoemen wat je ruikt, ook als het abstract klinkt.
Stap 3: Ruik na het walsen. Draai het glas rondbewegend, laat de wijn langs de wand lopen. Ruik opnieuw. Wat verandert er? Wat komt erbij? Dit is het moment waarop wijnen zich echt openen. De vluchtige stoffen komen vrij. De complexiteit wordt aromatisch vindbaar.
Stap 4: Proef bewust. Neem een kleine slok, laat de wijn even in je mond rondgaan. Voel de zuurgraad, voel de tannines bij rood, proef de eventuele zoetheid. Wat is de body, zo dun als water, of zo vol als melk? Dat spectrum bepaalt het stijltype.
Stap 5: Let op de nasmaak. Hoe lang blijft de smaak hangen nadat je geslikt hebt? Tien seconden? Dertig seconden? Een minuut? Goede wijn heeft afdronk. Grote wijn heeft lange afdronk. Dit is een van de eerlijkste kwaliteitsindicatoren die er is. Een wijn die na drie seconden verdwijnt, heeft weinig te zeggen. Een wijn die een minuut later nog klopt, heeft iets te vertellen.
Dit zijn de vijf stappen die ik gebruik in elke cursus, bij elke proeverij, voor elke beginner. Ze maken van een passief drinker een actief proever. En dat verschil verandert alles.
Wil je dit gestructureerd leren?
Wat ik hierboven beschrijf, is de kern van wat ik onderwijs in de SDEN1 online cursus. Die cursus is speciaal ontwikkeld voor mensen die wijn serieuzer willen begrijpen, maar geen academische studie willen volgen. Praktisch, toegankelijk, opgebouwd rond precies deze zes stijlen, met proevopdrachten, video-uitleg en een duidelijke opbouw.
Wil je liever persoonlijk kennismaken met de stijlen? Kijk dan naar de cursussen en proeverijen die ik regelmatig organiseer. Aan een tafel, met glazen, met vragen. Dat is de manier waarop ik het zelf het liefst doe.
Of bekijk alvast het wijnaanbod op mijn site. Ik heb bewust per stijl een selectie samengesteld. Zodat je kunt proeven wat je leest. Heb je vragen? Neem contact op. Ik help je graag op weg.
Meer achtergrond over stijlen en proeftechniek vind je ook bij Wine Folly en Jancis Robinson. Twee bronnen die ik zelf regelmatig raadpleeg.
Veelgestelde vragen over wijnstijlen leren
Hoe begin ik met het leren van wijnstijlen?
Begin met de zes basisstijlen uit dit artikel. Koop per stijl één representatieve fles en proef ze naast elkaar op één avond. Je hoeft geen expert te zijn om patronen te herkennen. Vergelijken is de snelste manier om te leren. Het is precies wat ik mijn cursisten in de eerste les laat doen.
Wat is het verschil tussen een wijnstijl en een druivenras?
Een druivenras is de grondstof. Een wijnstijl is het eindresultaat. Chardonnay als druif kan zowel fris en staalhard zijn (zoals in Chablis) als vol en romig houtgerijpt (zoals in een Californische Chardonnay). Stijl wordt bepaald door druif, klimaat, vinificatie en rijping samen. Dezelfde druif kan dus meerdere stijlen opleveren.
Is er een juiste volgorde om wijnstijlen te proeven?
Ja. Begin altijd licht en bouw op naar zwaar. Fris wit voor vol wit. Licht rood voor zwaar rood. Droog altijd voor zoet. Zo worden je smaakpapillen niet overweldigd door vroege intensiteit, en kun je elk glas eerlijk en onbeïnvloed beoordelen.
Moet ik dure wijn kopen om stijlen te leren?
Absoluut niet. Goede representatieve voorbeelden van elke stijl zijn beschikbaar voor 10 tot 20 euro. Het gaat om herkenbaarheid, niet om prijs. Een eenvoudige Muscadet leert je meer over fris wit dan een ingewikkelde dure wijn met veel ruis. Begin simpel, bouw later op.
Hoe lang duurt het voordat ik wijnstijlen echt herken?
Met actief proeven en een beetje structuur: een paar maanden. Wie de SDEN1 cursus volgt, heeft na acht weken een solide basis. Maar eerlijk gezegd leer je elke keer als je bewust een glas pakt. Er is geen eindpunt. Elke wijn is een nieuwe les. Dat is precies wat het mooi maakt.
Wil je wijnstijlen niet alleen lezen maar ook leren proeven? Ontdek onze wijncursus in Tilburg of schuif aan bij een wijnproeverij in Tilburg.
11 maart 2026 | Wijndruiven
Als ik mijn bestelgeschiedenis van de afgelopen jaren doorblader, zie ik een patroon dat me steeds blijft verrassen. Niet omdat het onverwacht is, maar omdat het zo consistent is. Klanten die wijn bij me kopen via de webshop, mensen die langskomen voor een proeverij, cursisten die me na de les vragen welke fles ze mee moeten nemen naar huis. Ze vragen bijna altijd om dezelfde druiven. Chardonnay, Sauvignon Blanc, Pinot Noir. En steeds vaker ook Riesling en Grüner Veltliner.
Dat is geen toeval. Nederland is een van de meest (prijs) wijnbewuste landen van Europa. We drinken per hoofd van de bevolking meer wijn dan de meeste landen die er zelf wijn verbouwen. En die bewustwording heeft de afgelopen tien jaar een duidelijke verschuiving laten zien. Van vage merken naar specifieke druiven. Van goedkoop en makkelijk naar toegankelijk maar kwalitatief. Ik zie het in mijn eigen cijfers, en ik hoor het aan de vragen die mensen stellen.
Dit artikel gaat over de zes populairste druivenrassen in Nederland. Niet als droge statistiek, maar zoals ik ze ken. Vanuit de proeverij, vanuit het inkopersoverleg, vanuit de glazen die ik elke week inschenk.
Wat verkoopcijfers ons vertellen over smaak
Als inkoper en sommelier let ik niet alleen op wat ik goed vind. Ik let ook op wat verkoopt. Wat mensen terugkopen. Wat leeg is op maandag terwijl het vrijdag nog vol was. Dat vertelt je iets wat geen proefnotitie je kan vertellen, wat de smaak van het grote publiek echt is.
In Nederland domineren wit en rosé qua volume. Maar rood krimpt. En binnen rood verschuift de voorkeur! Van zware rood naar meer specifieke Pinot Noir uit Bourgondië of Nieuw-Zeeland. Minder goedkoop Merlot uit Zuid-Frankrijk, meer bewust gekozen Barbera of Nero d’Avola. De Nederlandse wijnkoper is volwassen geworden. Dat merk ik elke dag.
Bovendien, en dit vind ik de meest interessante ontwikkeling, mensen willen weten wat ze drinken. Ze vragen naar de druif. Ze vragen naar de regio. Ze willen een verhaal bij de fles. Dat was tien jaar geleden anders. Toen was wijn een bijzaak. Nu is het een interesse. Soms een passie.
De zes meest populaire druivenrassen in Nederland
1. Chardonnay: de universele winnaar
Chardonnay is de meest geplante witte druif ter wereld, en dat is niet voor niets. Ze is aanpasbaar aan elk klimaat, elk wijnmakersstijl, elk smaakprofiel. Licht en staalhard in Chablis. Vol en romig in een gebuttered Californische Chardonnay. Bruisend en elegant in een Blanc de Blancs Champagne.
Mijn persoonlijke verhouding met Chardonnay is gecompliceerd. Ik houd van de klassieke Bourgondische stijl. De mineraliteit van een Puligny-Montrachet. De rijkheid van een Meursault. Maar ik mijd de houtbom-variant, de Chardonnay met zoveel eik dat je de druif niet meer proeft. Die stijl heeft Chardonnay in de jaren negentig een slechte naam bezorgd. Gelukkig is die trend gekeerd.
In Nederland wordt Chardonnay het meest gedronken bij pasta, gegrilde vis en romige sauzen. En dat klopt. De body en rijkheid van een goed gemaakte Chardonnay past bij rijke smaken. Combineer hem ook eens met een stukje comté. Dat is een combinatie die ik in mijn proeverijen bijna altijd gebruik als eyeopener.
2. Sauvignon Blanc: de outsider die winnaar werd
Twintig jaar geleden was Sauvignon Blanc een nichewijn. Sancerre dronken wijnkenners. De rest kende het niet. En toen kwam Nieuw-Zeeland. Marlborough Sauvignon Blanc, met zijn explosieve grapefruit, passievrucht en groene kruiden, veroverde de wereld in een paar jaar. En Nederland liep daarin voorop.
Ik zie Sauvignon Blanc als de druif die de meeste mensen bewust heeft gemaakt van wat aroma’s in wijn kunnen zijn. Het is een grote, directe neus. Niemand vraagt “wat ruik ik eigenlijk?” bij een Marlborough Sauvignon. Het is overduidelijk. En die duidelijkheid is precies wat beginners nodig hebben om te begrijpen hoe aroma’s werken.
Sauvignon Blanc combineert het best met lichte gerechten. Asperges, verse chèvre, sushi, mosselsoep. De hoge zuurgraad en de kruidige karakter snijden door vettigheid heen. Daarvoor is het een perfecte aperitief-wijn. Want hij wekt de eetlust op in plaats van hem te verzadigen.
3. Pinot Noir: de veeleisende druif die beloont
Pinot Noir is moeilijk. Als wijnmaker is het de meest veeleisende druif die je kunt verbouwen. Ze heeft een dunne schil, is gevoelig voor rot en ziektes, en gedraagt zich anders in elk klimaat. Maar als je haar goed behandelt, geeft ze wijn van een soort schoonheid die geen andere druif evenaart.
Ik herinner me mijn eerste glas Gevrey-Chambertin Premier Cru. Ik was halverwege mijn opleiding. Ik wist al veel over wijn. Maar dit was anders. Fluwelen tannines, kersen en aarde, iets wat ik alleen als “diepte” kan beschrijven. Het klikte. Sindsdien is Bourgondisch Pinot Noir voor mij de maatstaf voor rood.
In Nederland groeit Pinot Noir snel in populariteit. Zowel de klassieke Bourgondische versie als de fruitige Nieuw-Zeelandse stijl. Combineer Pinot Noir met zalm, eend, paddenstoelgerechten of lichte vleeswaren. Vermijd zware sauzen. De fijnheid van de druif verdraagt geen overdaad. Dat is precies wat ik altijd zeg in mijn cursussen, behandel Pinot zoals je een goed gesprek behandelt. Met aandacht.
4. Merlot: miskend maar onmisbaar
Na de film Sideways (2004) daalde Merlot internationaal in aanzien. De hoofdpersoon zwoer bij Pinot Noir en verguisde Merlot. Mensen namen dat over. Merlot werd de wijn die je niet bestelde als je kennis van zaken wilde tonen.
Wat een onzin. Merlot is de dominante druif in de meest gewaardeerde wijnen ter wereld. Pétrus is bijna puur Merlot. Château Le Pin ook. De rechteroever van Bordeaux draait op Merlot. De druif is zacht van tannine, rijp van fruit, toegankelijk en combineerbaar. Dat zijn geen zwakheden. Dat zijn kwaliteiten.
In Nederland koopt men Merlot nog altijd als de toegankelijke rode wijn voor doordeweeks. En dat is prima. Een goede Merlot uit Saint-Émilion bij een stuk roodvlees of een ribstuk. Simpel, goed, betrouwbaar. Bovendien, Merlot is de druif die ik gebruik als iemand zegt dat rode wijn “te droog” is. Merlot overtuigt ze altijd, van super sappig tot krachtig!
5. Riesling: mijn persoonlijke favoriet
Ik kan geen objectief artikel schrijven over Riesling. Ik probeer het niet eens. Riesling is mijn druif. De druif die ik het meest passioneel verdedig, het liefst inschenk, en het vaakst aanbeveel wanneer mensen me om advies vragen.
Waarom? Omdat Riesling alles kan wat andere druiven niet kunnen. Ze maakt droge wijnen met een zuurgraad die fris blijft na twintig jaar. Ze maakt halfdroge wijnen die bij de meest uitdagende eetmomenten functioneren. Ze maakt dessertwijnen van een complexiteit die Sauternes overtreft. En ze maakt dit allemaal terwijl ze de terroir puur en onvertaald weergeeft. Geen hout, geen trucjes, gewoon plek en klimaat in een glas.
In Nederland groeit Riesling. Nog niet zo snel als ik zou willen, maar het groeit. Ik zie het in mijn eigen webshop. De Mosel flessen die vroeger weken bleven liggen, gaan nu in dagen. Dat is een goede ontwikkeling. Combineer Riesling met Aziatisch eten, vis, witschimmelkaas of simpelweg als aperitief. Wil je meer lezen over Riesling en andere aanbevelingen? Kijk in het wijnaanbod op mijn site.
6. Grüner Veltliner: de ontdekking van de laatste jaren
Als ik één druif moet aanwijzen die de afgelopen vijf jaar het sterkst is gegroeid in mijn klantenbestand, is het Grüner Veltliner. Niet Sauvignon Blanc, niet Chardonnay. Grüner. De Oostenrijkse nationale druif die tien jaar geleden in Nederland vrijwel onbekend was.
Grüner Veltliner heeft iets wat weinig andere druiven hebben. Een peper-achtige kruidigheid die uniek is. Witte peper, groene kruiden, citrus, en een kalk-mineraliteit die aan Riesling doet denken maar anders is. Het is fris, het is droog, het is veelzijdig. En het gaat bijzonder goed met groentegerechten, iets wat steeds relevanter wordt nu zoveel mensen minder vlees eten.
Ik introduceer Grüner Veltliner in mijn cursussen altijd als “de wijn die je verrast”. Mensen verwachten er niets van. Ze kennen de naam niet. En dan proeven ze hem. En dan willen ze weten waar ze hem kunnen kopen. Dat is het mooiste wat een wijn kan doen.
Wat ik zie groeien en krimpen
Als inkoper en sommelier zie ik trends voordat ze mainstream worden. Wat ik nu zie groeien: Grüner Veltliner, droge Riesling, Pinot Noir uit koele klimaten (Oregon, Nieuw-Zeeland, Elzas), en interessante druiven uit Oost-Europa.
Wat ik zie krimpen: generieke Shiraz zonder herkomst, goedkope Chardonnay in houtbom-stijl, en merkwijnen zonder verhaal. De Nederlandse wijnkoper wil inhoud. Wil een druif, een regio, een wijnmaker. Het tijdperk van het etiket is voorbij.
Dat merk ik ook in de vragen die ik krijg. Vroeger: “Heb je iets lekkers voor bij het eten?” Nu: “Heb je een goede Grüner of een Pinot uit de Elzas?” Die verschuiving is hoopgevend. Het betekent dat wijneducatie werkt.
Ontdek je eigen favoriete druiven
De beste manier om te ontdekken welke druif bij jou past, is proeven met structuur. Niet willekeurig flessen opentrekken, maar gericht vergelijken. Precies dat doe ik in de SDEN1 cursus: per les een stijl, per stijl de meest representatieve druiven, per druif de meest representatieve regio’s.
Wil je persoonlijk advies over welke wijn bij jou past? Neem contact op. Of bekijk het wijnaanbod dat ik zorgvuldig heb samengesteld, met aandacht voor precies deze druiven en stijlen.
Meer verdieping over druivenrassen vind je bij Wine Folly en Jancis Robinson. Twee bronnen die ik zelf al jaren gebruik als referentie.
Veelgestelde vragen over populaire druivenrassen
Welk druivenras is het meest populair in Nederland?
Qua volume is Chardonnay het meest gedronken wit en Merlot het meest gedronken rood. Maar in kwaliteitssegment groeit Sauvignon Blanc sterk voor wit en Pinot Noir voor rood. Riesling en Grüner Veltliner zijn de snelste stijgers in het bewuste wijnkopersegment.
Waarom is Riesling zo populair bij wijnkenners?
Omdat Riesling complexiteit, zuiverheid en bewaarbaar potentieel combineert op een manier die weinig andere witte druiven kunnen evenaren. Ze rijpt prachtig op fles, heeft een uniek vermogen om terroir te weerspiegelen, en combineert met een breed scala aan gerechten. Voor serieuze wijnliefhebbers is Riesling de meest veelzijdige witte druif ter wereld.
Wat is het verschil tussen Pinot Noir uit Bourgondië en uit Nieuw-Zeeland?
Bourgondische Pinot Noir is subtieler, aardsachtig en elegant, met de mineraliteit van kalksteenbodem. Nieuw-Zeelandse Pinot (met name uit Marlborough en Central Otago) is fruitrijker, voller en directer. Beide zijn uitstekend, maar voor verschillende momenten. Bourgondisch bij tafel, Nieuw-Zeelands als instap of bij informele maaltijden.
Is Merlot een inferieure wijn?
Absoluut niet. De slechte reputatie van Merlot komt van goedkope bulkproductie, niet van de druif zelf. De beste wijnen van Bordeaux’s rechteroever, zoals Pétrus en Château Le Pin, zijn grotendeels op Merlot gebaseerd. Een goede Saint-Émilion of Pomerol laat zien wat Merlot kan zijn als ze serieus genomen wordt.
Welk druivenras is het meest geschikt voor beginners?
Voor wit: Sauvignon Blanc. Direct aroma, duidelijke structuur, toegankelijk. Voor rood: Merlot of een lichte Pinot Noir. Geen overweldigende tannines, fruitig en soepel. Daarna kun je geleidelijk opbouwen naar complexere stijlen. Wil je dit gestructureerd aanpakken? Bekijk de SDEN1 cursus.
Ontdek onze witte wijnen.
11 maart 2026 | Wijnweetjes
Het was een grote importeursproeverij in Amsterdam, begin dit jaar. Twintig tafels, honderden wijnen, en een zaal vol inkopers, sommeliers en journalisten. Ik loop van stand naar stand, proef, schrijf aantekeningen, en merk iets. De gesprekken zijn anders dan een paar jaar geleden. Niemand heeft het meer over “de klassieke stijlen”. Iedereen heeft het over schoonheid, over minimale interventie, over biodynamisch, over Georgisch amber, over Sloveens oranje. De wijnwereld beweegt, en ze beweegt snel.
Ik volg al jaren de grote trends in wijn. Als sommelier moet je dat. Want wie stilstaat in dit vak, praat al snel over het verleden. Maar ik ben ook sceptisch over trenddenken. Niet alles wat nieuw heet, is beter. Niet alles wat anders is, is interessant. Wat me het meest interesseert is, wat verandert er structureel? Wat gaat voorbij? En wat heeft de toekomst?
In dit artikel deel ik de zes wijntrends van 2026 die ik het meest significant vind. Met mijn eerlijke mening erbij. Want dat is wat ik doe.
De zes wijntrends van 2026
1. Natural wine wordt mainstream
Natural wine is geen niche meer. Dat was het vijf jaar geleden nog wel. Toen was natural wine het domein van hippe wijnbars in Amsterdam en Rotterdam, van mensen met een baard en een uitgesproken mening. Nu staat het in gewone slijterijen. Nu vragen klanten er expliciet naar. Nu staat het op de kaart van restaurants die je normaal gesproken geen wijnbars zou noemen.
Wat is natural wine? In de kern, wijn gemaakt met zo min mogelijk toevoegingen en ingrijpen. Wilde gisten in plaats van gecultiveerde. Weinig of geen sulfiet. Geen correcties van zuurgraad, suiker of kleur. Het resultaat is wijn die soms troebel is, soms fris en bettend, soms complex op een manier die je niet verwacht.
Mijn mening, natural wine kan geweldig zijn. Ik heb natural wines gedronken die me sprakeloos maakten van puurheid en karakter. Maar ik heb er ook héél véél gedronken en weg gegooid die smaakten naar azijn en nat karton. Het probleem is dat “natural” geen kwaliteitskeurmerk is. Het is een productiemethode. Goede wijnmakers die natural werken, maken uitstekende wijn. Slechte wijnmakers die natural werken, maken wijn met fouten die ze “karakter” noemen. En proberen te verkopen als hip en modern… Het onderscheid maken vereist kennis. Daarvoor kom je op een cursus.
2. Oranje wijn: de misschien-iets-voor-jou trend
Oranje wijn, ook wel amber wijn genoemd, is wit wijn gemaakt met langdurige maceratie op de schillen. Zoals rood wordt gemaakt, maar dan met witte druiven. Het resultaat, een wijn met de frisse zuurgraad van wit, de tannines van rood, en een kleur die varieert van goudgeel tot diep oranje.
Dit is een trend die ik al jaren volg. Ik heb er gemengde gevoelens bij. Aan de ene kant zijn de beste oranje wijnen, met name die uit Georgië, Slovenië en de Friuli-regio in Italië, werkelijk fascinerend. Complex, eigenaardig, met een droogte en nootachtigheid die uniek is. Aan de andere kant zijn er veel oranje wijnen die gewoon niet goed gemaakt zijn. Die bitter zijn op een manier die niet bedoeld is.
Mijn advies, als je nieuwsgierig bent naar oranje wijn, begin met een goed voorbeeld uit Slovenië of Friuli. Vraag om begeleiding in een goede slijterij of bij een sommelier. Oranje wijn is geen instapwijn. Het is een avontuur. En avonturen zijn het beste met een gids. Meer over bijzondere wijnen vind je in het aanbod op mijn site.
3. Lage-alcoholwijnen, eerlijk over de kwaliteit
De vraag naar lage-alcoholwijnen groeit sterk. Dat is een feit. Mensen worden bewuster van gezondheid, van hoeveel ze drinken, van de effecten van alcohol. En de industrie reageert, dealcoholiseerde wijnen, wijnen van 5 tot 8 procent, alcoholvrije “wijn” die de neus van wijn probeert na te bootsen.
Ik ben eerlijk, de kwaliteit is sterk verbeterd, maar we zijn er nog niet. De techniek om alcohol uit wijn te verwijderen, dealcoholisatie door vacuümdestillatie of omgekeerde osmose, is goed geworden. Maar alcohol is een draaggolf voor smaak. Verwijder je alcohol, dan verlies je ook aroma’s, body en textuur. Het resultaat smaakt anders dan wijn. Soms aangenaam anders. Maar anders.
Wat ik wél interessant vind, lage-alcoholwijnen die van nature laag in alcohol zijn. Een Mosel Riesling Kabinett op 7,5 procent. Een Vinho Verde op 9 procent. Dat zijn prachtige wijnen die minder alcohol hebben omdat het klimaat en de stijl dat zo maken. Niet omdat er iets uitgehaald is. Dat is het verschil dat ik mijn cursisten altijd uitleg, van nature licht versus technisch ontdaan.
4. Oost-Europa: de ontdekking waar ik al jaren op wijs
Oostenrijk, Slovenië, Hongarije, Georgië. Dit is het wijngebied dat ik de afgelopen tien jaar het meest actief heb gepromoot in mijn cursussen en bij mijn klanten. Niet als trend, maar als overtuiging. Want de wijnen die hier gemaakt worden, zijn fenomenaal. En ze zijn nog steeds goedkoop vergeleken met wat ze waard zijn.
Ik herinner me mijn eerste proeverij van Oostenrijkse wijnen. Grüner Veltliner Smaragd uit de Wachau. Een complexe, mineralige, droge wijn met die unieke peperkruidigheid. Ik begreep meteen waarom Oostenrijk zo hoog staat aangeschreven bij insiders. En vervolgens begreep ik niet waarom niemand er buiten de kennerskring over sprak.
Nu spreekt men er wel over. Hongarije met zijn Furmint en Tokaji. Georgië met zijn eeuwenoude amfora-wijntraditie, de qvevri. Slovenië met zijn oranje wijnen en zijn indrukwekkende Rebula. Dit zijn geen uithoeken van de wijnwereld. Dit zijn de volgende grote ontdekkingen. En ik zeg het al jaren. Wie de SDEN3 cursus volgt, maakt al kennis met de stijlen van deze regio’s.
5. Biodynamisch en duurzaamheid: wat het betekent voor de smaak
Biodynamisch wijnbouwen gaat verder dan goed omgaan met de natuur. Het is een manier van denken. De wijnmaker ziet de wijngaard als één geheel, waarbij alles met elkaar samenhangt. De stand van de maan bepaalt mee wanneer er geoogst of gebotteld wordt. Compost wordt gemaakt volgens een vaste kalender die rekening houdt met de seizoenen en de kosmos. Het klinkt misschien zweverig. En eerlijk gezegd is een deel ervan dat ook. Maar onze maan heeft nu eenmaal heel veel invloed op ons, dieren en planten.
Maar hier is wat ik weet uit ervaring. De beste biodynamische wijnmakers maken wijn van een zuiverheid en levendigheid die conventioneel gemaakte wijnen zelden evenaren. Of dat door de biodynamische methode komt of door het fanatisme en de aandacht die biodynamische wijnmakers in hun werk stoppen, durf ik niet te zeggen. Waarschijnlijk beide.
Wat ik wél kan zeggen: de smaak van biodynamische wijnen is doorgaans expressiever, met meer textuur en karakter. Domaine Leflaive, Zind-Humbrecht, Nikolaihof in Oostenrijk. Stuk voor stuk biodynamisch, stuk voor stuk referentiewijnen in hun regio. Duurzaamheid en kwaliteit gaan hier hand in hand. Dat is geen toeval. En voor klanten die bewust willen consumeren, is dit het interessantste segment van de markt.
6. AI als wijnadvies-tool: mijn nuchtere kijk
Er is geen trend die ik meer vragen over krijg dan deze. Klanten die ChatGPT gebruiken om wijn te kiezen. Apps die op basis van je smaakprofiel aanbevelingen doen. Algoritmes die wijn-spijscombinaties genereren. En dan de vraag: “Luc, hoef ik dan nog wel naar jou te komen?”
Mijn antwoord is genuanceerd. Want AI is goed in wijnadvies op het niveau van algemene informatie. Vraag een AI om de kenmerken van Barolo, en je krijgt een degelijk antwoord. Vraag om wijn-spijscombinaties voor een gerecht, en de AI geeft je een redelijke lijst. Dat is handig. Dat is ook wat het is, een startpunt.
Maar AI kent jouw smaak niet. AI heeft nooit proeven gevoeld als een glas Musigny. AI begrijpt het verschil niet tussen een fles die nu drinkt en een fles die nog vijf jaar moet liggen. AI kan niet ruiken of de wijn op tafel staat bij de juiste temperatuur. En AI begrijpt niet waarom die ene vrouw in Tilburg op die avond precies die Riesling nodig had om iets van wijn te begrijpen.
AI is een startpunt. Een sommelier is het eindpunt. Gebruik het ene om het andere beter te benutten. Dat is mijn nuchtere kijk op de AI-wijntrend van 2026.
Mijn voorspelling voor de rest van 2026
Als ik kijk naar wat er nu beweegt in de wijnwereld, en wat ik verwacht voor de rest van dit jaar, dan zie ik een paar duidelijke lijnen.
Oost-Europa blijft groeien. De prijzen lopen op, maar de kwaliteit ook. Wie nu instapt op Grüner Veltliner, Furmint en Slovenisch Rebula, is vroeg. Daarvoor geen spijt. Natural wine consolideert, de hype vlakt af, maar de beste producenten bouwen een solide positie op. De rommel verdwijnt. Wat overblijft is goed.
Lage-alcoholwijnen worden beter, maar ze worden geen wijn. Ze worden een categorie naast wijn. Dat is prima. Maar noem het geen wijn als het geen wijn is. Dat irriteert me, en ik zeg het ook gewoon.
En boven alles, het bewuste wijnkopersegment in Nederland blijft groeien. Mensen die weten wat ze willen, waarom ze het willen, en bereid zijn er iets voor te leren. Dat is de klant voor wie ik werk. En die klant wordt meer, niet minder.
Wil je de wijntrends van 2026 niet alleen lezen maar proeven? Bekijk de cursussen en proeverijen die ik dit jaar organiseer. Of volg de SDEN1 online cursus om een stevige basis te leggen. En bekijk het wijnaanbod voor flessen die bij deze trends passen.
Meer achtergrond over wijntrends en de ontwikkelingen in de wijnwereld lees je bij Wine Folly en Jancis Robinson. Verplichte literatuur voor iedereen die serieus bezig is met wijn.
Veelgestelde vragen over wijntrends 2026
Wat is de grootste wijntrend van 2026?
Natural wine die mainstream wordt is de meest zichtbare trend. Maar structureel gezien is de opkomst van Oost-Europese wijnen, met name Oostenrijk, Slovenië, Hongarije en Georgië, de trend met de meeste langetermijnbetekenis. Die regio’s leveren kwaliteit die nog niet in de prijs zit.
Is natural wine gezonder dan gewone wijn?
Niet per definitie. Natural wine bevat minder sulfiet, wat voor sulfietgevoelige mensen verschil kan maken. Maar qua alcohol en calorieën is er geen wezenlijk verschil met conventionele wijn. Natural wine is een productiemethode, geen gezondheidsclaim.
Zijn alcoholvrije wijnen een goed alternatief?
Ze zijn beter geworden dan een paar jaar geleden. Maar ze smaken anders dan wijn, simpelweg omdat alcohol een draaggolf is voor smaak en textuur. Als je bewust minder alcohol wilt drinken, zijn van nature lage-alcoholwijnen (Mosel Riesling Kabinett, Vinho Verde) een beter alternatief dan dealcoholiseerde wijnen.
Kan ik AI gebruiken om wijn te kiezen?
Voor algemene informatie en een eerste oriëntatie, zeker. AI geeft degelijke antwoorden over druiven, regio’s en combinaties. Maar voor persoonlijk advies op maat, gebaseerd op jouw smaak en de specifieke gelegenheid, is een sommelier nog altijd beter. AI is het startpunt, geen eindpunt.
Welke Oost-Europese wijn moet ik als eerste proberen?
Begin met een Grüner Veltliner uit de Wachau of het Weinviertel in Oostenrijk. Droog, fruitig, met die unieke kruidig-peperige toon. Toegankelijk, betaalbaar, en representatief voor wat Oost-Europa kan. Daarna een spannende Furmint of Rebula, daag je zelf maar uit.
Wil je verschillende stijlen ontdekken? Stel je eigen proefdoos samen met onze wijnpakketten.
Ontdek onze mousserende wijnen.
11 maart 2026 | Wijn en Spijs
Er zijn avonden die ik nooit vergeet. Niet omdat het gerecht bijzonder ingewikkeld was, maar omdat de wijn er precies naast stond. Als een goede gastheer. Aanwezig, ondersteunend, nooit opdringerig. Dat is wijn-spijs combineren op zijn allerbest. Na jaren in Michelinkeukens weet ik één ding zeker. De beste combinaties voelen vanzelfsprekend. Ze verbazen je niet met techniek, ze raken je met smaak.
In dit artikel deel ik zeven combinaties die ik keer op keer terugzie. In restaurants, bij cursisten, op mijn eigen tafel. Klassiekers met een reden.
Wat een goede wijn-spijscombinatie eigenlijk doet
Voordat ik de zeven combinaties bespreek, wil ik één principe uitleggen. Want als je dit begrijpt, kun je zelf elke combinatie samenstellen.
Wijn en gerecht hebben een gesprek met elkaar. De zuren in de wijn snijden door vettigheid en frissen de mond op. Tannines omhelzen eiwitten in rood vlees, wat ruwheid wegneemt en fluweelzachtheid geeft. Zoetheid in de wijn tempert hitte en scherpte. En mineraliteit in een wijn spiegelt ziltigheid of umami in het gerecht.
Stem gewicht af op gewicht. Fris op fris. En durf te contrasteren waar het werkt. Dan komt de magie vanzelf.
De 7 beste wijn-spijs combinaties
1. Chablis Premier Cru bij gegrilde zeebaars
Ik herinner me een avond in een restaurant aan de Loire. Zeebaars, heel simpel gegrild, met alleen wat citroen en olijfolie. De sommelier schonk Montée de Tonnerre in. Mijn eerste slok na een hap vis. Dat was het moment dat ik begreep wat kalk en zout met elkaar kunnen doen.
Chablis is Chardonnay zonder tierelantijnen. Geen hout, geen boter, geen vanille. Alleen kalksteenmineraliteit, groene appel en scherpe citrus. Die strakke lijn snijdt door de zachte, licht vette textuur van zeebaars en maakt het gerecht helderder dan het al was.
Kies voor een Premier Cru voor extra diepte en een langere afdronk. Fourchaume, Montée de Tonnerre, Vaillons. Ze werken allemaal. Meer over dit soort stijlvolle witte wijnen vind je in ons wijnaanbod.
2. Barolo bij ossobuco alla milanese
Barolo noemen ze de koning van de Italiaanse wijn. Dat is geen overdrijving. Nebbiolo, de druif, heeft tannines die je bijna kunt voelen als structuur. Hoog, stevig, bijna droog in een jonge wijn. Maar zet die tegenover ossobuco, gestoofd kalfsshanks met gremolata, en er gebeurt iets bijzonders.
De tannines binden zich aan de rijke eiwitten van het vlees. Die hardheid verdwijnt. Wat overblijft is fluweelzacht. En de gremolata (citroenrasp, peterselie en knoflook) weerkaatst de citrusnoten in de wijn alsof ze voor elkaar geschreven zijn.
Dit is de reden dat ik altijd zeg dat grote wijnen om grote gerechten vragen. Geef Barolo de ruimte die hij verdient.
3. Sancerre bij verse geitenkaas
Loire-Sauvignon Blanc en geitenkaas groeien letterlijk in dezelfde streek. Dat is geen toeval. Terroir geldt ook op het bord.
Sancerre heeft een scherp, kruidig profiel. Citrus, gras, een vleugje rooksteen. De pittige, licht zure geitenkaas spiegelt dat precies terug. Voeg wat tomaat en basilicum toe en je hebt iets wat tegelijk elegant en eerlijk is.
Werkt ook prachtig met verse burrata, voor wie iets minder assertief wil gaan.
4. Spätlese Riesling bij Aziatische keuken
Dit is de combinatie die ik elke cursist als eerste laat proeven. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het zo overtuigend bewijst dat zoet en pikant voor elkaar gemaakt zijn.
Riesling Spätlese uit de Moezel heeft restzoetheid, maar ook hoge zuren. Die balans is cruciaal. Bij Thais of Vietnamees eten met chilipeper en kokosmelk dempt de zoetheid de hitte, terwijl de zuren de mond reinigen en fris houden. Geen enkele andere druif doet dit zo overtuigend als Riesling.
Ook fenomenaal bij Indiaas met een zachte currybase.
5. Grüner Veltliner bij asperges met hollandaisesaus
Asperges zijn berucht in wijnland. Hun delicate vegetal maar ook bittere karakter maakt veel wijnen metaalachtig of plat. Champagne werkt. Grüner Veltliner werkt beter!
De kenmerkende witte peper en kruidigheid van een Oostenrijkse Grüner omarmt het bittere van de asperge in plaats van ertegenin te gaan. En de hollandaisesaus (boter, eigeel, citroen) wordt opgeslagen door de frisse zuiverheid van de wijn. Geen zwaarte, alleen helderheid.
Dit is de combinatie die ik elk voorjaar opnieuw serveer. En elk jaar hoor ik dezelfde vraag: waarom wist ik dit niet eerder?
6. Pinot Noir bij eend met kersensaus
Eend zit precies tussen kip en rundvlees in. Vetter dan gevogelte, delicater dan rood vlees. Dat gewicht vraagt om een wijn die ook in dat midden zit. Pinot Noir.
Lage tannines, rijke rode vruchten, zijdezacht mondgevoel. Een Bourgogne Villages of een goede Oregon Pinot Noir ligt naast een eendenborst alsof het altijd zo bedoeld was. De kersensaus is een op een met vruchten aroma in de wijn. Alles klopt.
Wil je meer leren over druivenrassen en hoe je ze koppelt aan gerechten? In onze wijnopleidingen gaan we hier diep op in.
7. Sauternes bij Roquefort
De allereerste keer dat ik deze combinatie proefde, zat ik in de studie banken ‘academie voor gastronomie’. Klein glaasje Sauternes, klein stukje Roquefort. Dat was alles. Maar ik begrijp nog precies hoe het voelde!
Sauternes is intens zoet, honing, abrikoos, saffraan. Roquefort is zout, scherp, agressief bijna. Op papier klinkt het als een botsing. In de mond is het perfecte harmonie door contrast. De zoetheid tempert het zout. Het zout scherpt de zoete afdronk aan. Ze maken elkaar groter.
Dit is de combinatie die ik gebruik als ik iemand wil laten begrijpen waarom wijn meer is dan drank.
De principes achter elke goede combinatie
Je hoeft geen sommelier te zijn om goed te combineren. Maar twee chemische principes helpen je op weg.
Zuren versus vettigheid: Zuurhoudende wijnen snijden door vet en reinigen de mond. Chablis bij oesters, Champagne bij gefrituurde vis. Elke keer raak.
Tannines versus eiwitten: Tannines binden zich aan eiwitten in rood vlees. Het myoglobine in het vlees vangt de tannines op, de wijn wordt zachter en rijker. Zo werkt Barolo bij ossobuco.
En dan is er nog het principe van contrast als harmonie. Sauternes bij Roquefort, zoet tegenover zout. Daarmee kun je de grenzen van deze regels oprekken zodra je ze begrijpt.
Persoonlijk wijnadvies
Bovenstaande combinaties zijn mijn favorieten, geen dogma’s. Wijn en eten zijn persoonlijk. Mijn echte advies is simpel. Proef bewust, experimenteer en noteer wat je opvalt. Zo bouw je je eigen referentiekader op.
Wil je een stevig fundament in wijn-spijscombinaties? Het SDEN1-programma op sommeliercursus.nl legt precies uit waarom combinaties werken en hoe je ze zelf samenstelt. Of neem contact op voor persoonlijk wijnadvies bij een bijzonder diner.
Veelgestelde vragen over wijn-spijs combinaties
Welke wijn past bij vis?
Witte wijnen met hoge zuren passen het best bij vis. Chablis, Muscadet, Pinot Grigio of droge Riesling. De zuren snijden door de vette, zachte textuur van vis en frissen de mond op. Zware, houtrijpe wijnen overstemmen de delicate smaak van vis.
Kan rood bij vis?
Ja, maar kies lichte rode wijnen met weinig tannines, zoals Pinot Noir of Gamay. Zware tanninische wijnen reageren met de vetzuren in vis en geven een metaalachtige nasmaak. Een lichte Bourgogne bij tonijn of zalm werkt prima.
Welke wijn past bij kaas?
Dit hangt af van het type kaas. Bij geitenkaas past Sauvignon Blanc, zoals Sancerre. Bij zachte kaas zoals Brie of Camembert kies je voor een lichte rode wijn of Champagne. Harde kaas zoals Parmezaan of Cheddar vraagt om een krachtige rode wijn. Bij blauwe kaas zoals Roquefort of Gorgonzola gaat zoete wijn het best, denk aan Sauternes of Port.
Welke wijn bij pasta met tomatensaus?
Kies een Italiaanse rode wijn met hoge zuren, zoals Sangiovese (Chianti), Barbera of Montepulciano. De hoge zuurgraad van de tomaat vraagt om een wijn met vergelijkbare zuurgraad, anders smaakt de wijn plat en duf.
Welke wijn bij chocolade dessert?
Wijn moet altijd zoeter zijn dan het gerecht. Bij pure chocolade past Port Tawny, Banyuls of Maury. Bij melkchocolade kies je voor een zoete Muscat of Asti. Bij witte chocolade gaat een lichte Moscato d’Asti of Eiswein het best.
Wil je wijn en spijs leren combineren als een professional? Tijdens onze wijncursus in Tilburg leer je het stap voor stap, en bij een wijnproeverij in Tilburg breng je het meteen in de praktijk. Speciaal voor de bubbelliefhebber is er ook onze champagne proeverij.
9 januari 2026 | Wijndruiven
In Nederland vragen we opvallend vaak naar druivenrassen. “Heb je een lekkere Sauvignon Blanc?” of “Doe maar een Pinot Grigio.” Dat is logisch: een druif voelt als een houvast. Maar tegelijk is het ook een valkuil, want dezelfde druif kan totaal anders smaken door herkomst en vinificatie.
In deze blog kijk ik naar de druivenrassen die Nederlanders het meest drinken, én naar waarom die populariteit ontstaat. Daarbij neem ik ook mee hoe wij in Nederland trends uit de internationale wijnwereld snel oppikken. En ik maak een belangrijk onderscheid: als sommelier denk ik zelden in druiven alleen, ik denk vooral in smaakprofielen.
Wat bedoelen we met ‘populair’ in Nederland?
Met ‘populair’ bedoel ik hier vooral: druivenrassen die veel worden gedronken en veel gevraagd zijn door consumenten. Dat beeld wordt versterkt door wat je terugziet in horeca, in wijnwinkels en in cursussen: bepaalde namen keren steeds terug omdat ze herkenbaar zijn en breed verkrijgbaar.
Wereldwijd worden van de duizenden druivenrassen er grofweg 25 het meest gebruikt in wijnproductie en -consumptie.
De populairste witte druivenrassen in Nederland
Witte wijnen worden in Nederland vaak gekozen op frisheid, gemak en herkenbaarheid. Daarom zie je een aantal druivenrassen telkens terug. Onderstaande selectie is bedoeld als herkenbaar overzicht; de exacte volgorde kan per jaar en kanaal verschillen.
- Sauvignon Blanc – populair vanwege frisse zuren, citrus en (afhankelijk van stijl) groene tonen.
- Chardonnay – breed inzetbaar: van strak en fris tot romig en houtgerijpt.
- Pinot Grigio / Pinot Gris – vaak gekozen als toegankelijk en makkelijk drinkbaar (stijl verschilt sterk per land).
- Riesling – geliefd bij liefhebbers van spanning, aromatiek en (soms) restzoet.
- Verdejo – de laatste jaren stevig in beeld door aromatische frisheid en moderne wijnstijl.
Veel van de druiven die Nederlanders herkennen, zoals Chardonnay, Sauvignon Blanc behoren tot de 25 meest voorkomende druivenrassen wereldwijd.
De populairste rode druivenrassen in Nederland
Bij rood draait de keuze vaak om soepelheid, fruit en een herkenbare stijl. Ook hier zie je namen die jaar in jaar uit terugkomen.
- Merlot – rond, toegankelijk, zacht in tannine (zeker in veel instapstijlen).
- Cabernet Sauvignon – gekozen voor structuur en herkenbaarheid (cassis, ceder, stevigheid).
- Pinot Noir – populair bij wie elegantie zoekt; stijl varieert sterk per herkomst.
- Primitivo – geliefd door rijp fruit en een vaak wat warmer, voller profiel.
- Tempranillo – vaak via Rioja/Ribera; combinatie van fruit en houtinvloed spreekt breed aan.
Van de populairste druivenrassen zijn er witte varianten (zoals Sauvignon Blanc en Chardonnay) én rode klassiekers (zoals Merlot en Pinot Noir), die samen een breed spectrum van smaakprofielen vertegenwoordigen.
Waarom volgen Nederlanders internationale wijntrends zo makkelijk?
Nederland is sterk gericht op import en inspiratie van buitenaf. Wat internationaal populair wordt, zie je hier vaak snel terug: in horeca, op wijnkaarten, in winkels en online. Denk aan druiven die “ineens” veel zichtbaarheid krijgen doordat ze goed passen bij de huidige smaakvoorkeuren: frisser, lichter, beter doordrinkbaar of juist aromatischer.
Vooruitblik (trendhoek): als je kijkt naar internationale bewegingen, dan is het logisch om in Nederland ook groei te verwachten in stijlen die draaien om frisheid, minder zwaar hout, en duidelijke aromatiek.
Vooruitblik vanuit de praktijk van Sommelier Luc
Onder professionals en sommeliers is al geruime tijd een duidelijke beweging zichtbaar richting wijnen met minder houtinvloed. Het bewust terugbrengen van houtgebruik zorgt ervoor dat frisheid behouden blijft en aroma’s zuiverder naar voren komen. Dat maakt wijnen niet alleen beter doordrinkbaar, maar ook veelzijdiger inzetbaar in de gastronomie. Bovendien worden geur- en smaakkenmerken duidelijker en makkelijker te herkennen en te benoemen.
Deze ontwikkeling is geen korte trend. Binnen de sommelierswereld speelt dit al tien tot vijftien jaar, waarbij de focus steeds meer is komen te liggen op precisie, balans en herkenbaarheid. Wat interessant is om te zien, is dat deze manier van denken nu langzaam doorsijpelt naar de bredere wijnconsumptie in Nederland. Steeds meer wijnliefhebbers kiezen bewust voor frissere, schonere en vriendelijkere stijlen, waarin het karakter van druif en herkomst beter tot zijn recht komt dan de invloed van hout.
Waarom druivenrassen alleen niet genoeg zeggen
Een druivenras is een startpunt, maar het vertelt niet het hele verhaal. Vinificatie (hoe een wijn gemaakt is) kan het smaakprofiel enorm sturen. Denk aan verschillen in:
- houtgebruik (geen hout, groot hout, barrique, nieuw/oud hout)
- gistings- en rijpingstechniek (bijv. sur lie, bâtonnage, malolactische gisting)
- restsuiker (droog tot halfdroog) en alcoholbalans
- extractie en tanninestructuur (zeker bij rood)
Daarom denk ik als sommelier vaak niet in “druiven”, maar in smaakprofielen. Zoek je iets fris en strak, of juist rond en romig? Iets licht en elegant, of krachtig en gestructureerd? Als je dát weet, wordt kiezen makkelijker en kom je sneller bij wijnen uit die echt bij jouw smaak passen.
Hoe ik dit in de praktijk zie als sommelier
In de praktijk merk ik dat veel mensen beginnen bij een druif omdat die bekend voelt. Dat is helemaal prima. Maar zodra je leert proeven en woorden geeft aan wat je lekker vindt, verschuift de keuze vanzelf richting profiel: fris, aromatisch, romig, sappig, kruidig, licht, stevig. En dan ontdek je vaak dat je favoriete “druif” eigenlijk meerdere stijlen kan hebben en dat je vooral één stijl heel lekker vindt.
Dat is precies waarom proeven essentieel is: je traint niet alleen herkenning, je traint begrip. En dat begrip helpt je ook weer met combineren aan tafel.
Van druiven herkennen naar smaak begrijpen
Wil je dit verder verdiepen, dan helpt het om druiven te leren herkennen én tegelijk te leren denken in smaakprofielen. Dat maakt je keuzes thuis makkelijker, maar het helpt ook bij wijn-spijs: het gaat uiteindelijk om balans tussen smaak, structuur en intensiteit.
Lees ook: Wat zijn de beste wijn-spijs combinaties voor een diner?
Afsluiting
De populairste druivenrassen in Nederland geven een mooi beeld van wat we graag drinken: herkenbaar, toegankelijk en passend bij de trends die we internationaal oppikken. Maar als je één stap verder wilt, kijk dan niet alleen naar de druif op het etiket. Denk in smaakprofielen en ontdek welke stijl jij echt zoekt. Dan wordt wijn kiezen rustiger, leuker en uiteindelijk veel preciezer.
Ontdek onze rode wijnen.
7 januari 2026 | Wijn en Spijs, wijnblog
Goede wijn-spijs combinaties ontstaan niet door regels, maar door aandacht. Wie kijkt naar bereiding, smaakintensiteit en mondgevoel van een gerecht, voelt vanzelf welke wijn nodig is. Het smaakprofiel is daarbij geen startpunt, maar het gevolg.
Als ik bij mensen thuis aan tafel zit, zie ik vaak hetzelfde gebeuren. Er is met zorg gekookt, het menu klopt, maar zodra de wijn ter sprake komt, ontstaat twijfel. Wat past hier eigenlijk bij? is dan de vraag.
Mijn antwoord begint bijna altijd op dezelfde manier. Laten we eerst naar het gerecht kijken. Niet naar druivenrassen, niet naar landen of etiketten, maar naar wat er daadwerkelijk op het bord ligt en wat dat in je mond doet. Want daar, bij die eerste hap en die tweede slok, wordt beslist of een combinatie werkt.
Wijn-spijs combineren gebeurt in je mond
Wijn-spijs is geen mening en geen smaakvoorkeur. Het is een fysieke ervaring. Zuren, bitters, zoet, tannine en textuur reageren op elkaar zodra eten en wijn samenkomen.
Een strak en fris gerecht naast een filmende, rijpe wijn zorgt ervoor dat het gerecht wegvalt. Alles wordt vlak. Draai je het om, dan krijg je het tegenovergestelde probleem: een rijk en romig gerecht naast een te strakke wijn voelt schraal en zuur.
Daarom begin ik nooit bij de wijn. Ik begin bij het mondgevoel. Is het gerecht strak of filmend? Fris of rijp? Licht of intens? Pas als dat helder is, krijgt de wijn een rol.
De opbouw van een diner
Een diner heeft een natuurlijke spanningsboog. Als die klopt, voelt een avond ontspannen en logisch. Als die niet klopt, raken wijn en gerecht elkaar onderweg kwijt.
In de praktijk werkt bijna altijd dezelfde lijn. Je begint met frisse en strakke smaken, bouwt langzaam op naar rijpere en vollere gerechten en eindigt met zachtheid en afronding. Wie te zwaar begint, merkt dat alles daarna minder expressief smaakt. Wie te fris eindigt, houdt een schurend gevoel in de mond.
Die opbouw geldt net zo goed voor wijn als voor eten.
Het aperitief: het moment waarop alles begint
Het aperitief is geen extra glas wijn, maar een overgangsmoment. Van niets proeven naar alles proeven. Hier wil je spanning, geen vulling.
Wanneer je op dit moment een wijn schenkt die al zwaar of filmend is, merk je dat je mond snel moe wordt. De eerste hap voelt log en het diner moet nog beginnen.
Blijft het aperitief licht, zout of fris, dan werkt een wijn die het gehemelte wakker maakt het best. Wordt het aperitief iets rijker, bijvoorbeeld door romige of hartige elementen, dan mag de wijn zachter aanvoelen, zolang de frisheid behouden blijft.
Als je dit volgt, kom je vanzelf uit bij een stijl die past binnen
Wit, Fris en Fruitig
of
Mousserend, Zacht en Fruitig.
Het voorgerecht: subtiel maar bepalend
Voorgerechten lijken vaak eenvoudig, maar hier zie ik veel combinaties misgaan. Vooral wanneer een fris gerecht wordt gecombineerd met een te rijpe wijn.
Bij rauwe of licht gegaarde vis, schaal- en schelpdieren of frisse groentegerechten wil je spanning en precisie. Zet je hier een te rijpe of filmende wijn naast, dan proef je vooral wijn en verdwijnt het gerecht naar de achtergrond.
Wordt het gerecht gebakken of krijgt het meer diepte door vet of kruiding, dan mag de wijn die stap volgen. Niet door zwaar te worden, maar door iets rijper te worden in zijn smaak.
Zo kom je logisch uit bij
Wit, Fris en Fruitig,
of wanneer het gerecht dat vraagt, bij
Wit, Rijp en Aromatisch.
Het hoofdgerecht: hier wordt het beslist
Bij het hoofdgerecht kijk ik altijd eerst naar de bereiding. Niet naar de kleur van het vlees of de vis, maar naar wat het gerecht van je mond vraagt.
Zacht gegaard en romig, met weinig kauwweerstand, vraagt om een wijn die hetzelfde gevoel geeft. Komt er meer kruiding, grilltoon of umami bij kijken, dan is structuur nodig. Zonder die structuur wordt de wijn zoetig of vlak.
Een veelgemaakte fout is hier te voorzichtig zijn. Een te lichte wijn bij een krachtig gerecht verdwijnt volledig. Wat overblijft is zuur of bitter, terwijl dat nergens voor nodig is.
Afhankelijk van het gerecht kom je dan uit bij
Wit, Vol en Filmend,
of, wanneer er echt kracht en kruidigheid op het bord ligt,
Rood, Intens en Kruidig of zelf Rood, Vol en Krachtig
Dessert: het meest genadeloze moment
Dessert laat weinig ruimte voor twijfel. Zoet verzacht alles. Zuren en bitters verdwijnen. Dat is precies waarom een droge wijn hier zelden werkt.
Schenk je toch een droge wijn, dan smaakt die zuur, dun of zelfs metaalachtig. Niet omdat de wijn slecht is, maar omdat hij geen kans krijgt.
Bij lichte desserts met fruit en frisse accenten past een wijn die het zoet ondersteunt zonder zwaar te worden. Bij rijkere desserts met chocolade, noten of karamel is meer diepte nodig om het geheel in balans te houden.
Daarmee kom je vanzelf uit bij
Dessert, Fris en Zoet
of meer rijkheid en suiker bij
Dessert, Complex en Zoet.
Wat ik in de praktijk zie werken
Wat bijna altijd rust geeft aan tafel, is eenvoud. Niet meer dan twee of drie wijnen, een duidelijke opbouw in mondgevoel en geen angst voor contrast, zolang de balans maar klopt.
Ik proef zelf altijd eerst de wijn, dan het gerecht en daarna opnieuw de wijn. Als die tweede slok beter smaakt dan de eerste, weet ik dat de combinatie klopt.
Tot slot
De beste wijn-spijs combinaties voor een diner ontstaan niet uit kennis, maar uit aandacht. Door te kijken naar wat een gerecht doet in je mond, wordt de wijnkeuze logisch in plaats van spannend.
Het smaakprofiel is daarbij geen etiket, maar een samenvatting van alles wat je al hebt geproefd. En juist dat maakt combineren ontspannen en een diner memorabel.
Wil je dit zelf ervaren? Ontdek onze kaas- en wijnproeverij en proef de combinaties live.
29 oktober 2025 | Wijn en Spijs
Inleiding: De kracht van technisch proeven
In deze vierde blog duiken we dieper in het technische aspect van wijn-spijscombinaties. Waar eerdere blogs vooral de smaakprofielen, interacties en balansen benadrukten, gaan we hier in op hoe je als sommelier of gevorderde wijnliefhebber een gerecht en een wijn beoordeelt vanuit kwaliteit, inzetbaarheid en balans.
Technisch beoordelen gaat verder dan voorkeur. Het vereist analytisch denken, objectieve observatie, inzicht in smaakstructuren en wijnbouwkundige elementen. We onderscheiden hier drie kernelementen: kwaliteit, balans en inzetbaarheid.
Wat is technisch beoordelen?
Technisch beoordelen van een wijn betekent dat je de wijn beoordeelt op basis van objectieve kenmerken:
- Kwaliteit: Is de wijn evenwichtig, complex, intens, met lengte en harmonie?
- Balans: Zijn alle smaakcomponenten zoals zuur, zoet, alcohol, tannine, bitterheid en body in evenwicht?
- Typiciteit: Voldoet de wijn aan de verwachtingen van zijn druif, regio of stijl?
- Structuur: Hoe presenteert de wijn zich in de mond: sappig, filmend, strak, romig, mineraal of juist mollig?
“Als je erover hebt nagedacht en je hebt een keuze gemaakt, vertel dan ook waarom je deze wijn-spijscombinatie technisch goed vindt. Benoem het, deel je persoonlijke beleving en onderbouw het. Leuke startpunt voor een gesprek met je gasten, ontdek het.” – Sommelier Luc
Technisch versus persoonlijke smaak
Wat we persoonlijk lekker vinden, hoeft niet per se technisch goed te zijn. De voorkeur voor zoete smaken is daar een voorbeeld van:
- Door klimaatverandering hebben druiven wereldwijd hogere suikerwaarden. Hierdoor bevatten moderne wijnen vaak meer restsuiker.
- Consumenten zijn ongemerkt gewend geraakt aan die zoetere stijl, wat het idee van ‘vriendelijk’ en ‘makkelijk drinkbaar’ versterkt.
- Suiker maskeert echter veel van de gelaagdheid, zuren en mineraliteit in een wijn.
Een technische beoordeling kijkt hier doorheen en vraagt juist om zuiverheid, balans en expressie van terroir of vinificatietechniek.
Wat is kwaliteit in wijn-spijs?
Een kwaliteitswijn wordt technisch gekenmerkt door:
- Concentratie en intensiteit
- Smaaklengte en afdronk
- Complexiteit en balans
- Harmonie tussen alle elementen
Maar… een hoogwaardige wijn is niet per definitie ideaal voor elke wijn-spijscombinatie.
“Hoe complexer de wijn, hoe simpeler het gerecht moet zijn. Hoe complexer het gerecht, hoe eenvoudiger de wijn moet zijn.”
Een krachtige, complexe wijn heeft ruimte nodig om te spreken. Een tongfilet met een romige saus kan botsen met een strakke, frisse Muscadet. Technisch interessant? Zeker. Smaakvol? Niet per se. De wijn of het gerecht zal inboeten.
💡 Zesjeswijnen, middenmoot wijnen met een gematigde smaakintensiteit, bieden vaak meer ruimte voor spannende, geslaagde combinaties. Ze laten het gerecht spreken én creëren balans.
Een leuke kleine toevoeging bij de kwaliteit in wijn-spijs is de stelling: ook al heb je een topwijn met een hoge smaakintensiteit en een fantastische afdronk, vaak zal je zien dat in de combinatie met een gerecht deze individuele topklassekwaliteit van de wijn minder goed tot zijn recht komt. Des te complexer de wijn, des te eenvoudiger het gerecht moet zijn. En omgekeerd. De zogenaamde zesjeswijnen kunnen hier juist floreren door hun toegankelijkheid en eenvoud.
Wat is balans in wijn-spijs?
Balans in wijn-spijs betekent dat geen enkel element in het gerecht of de wijn overheerst. Denk aan:
- Zuren in wijn versus vet in het gerecht
- Zoet in wijn versus pittigheid in het gerecht
- Tannine versus eiwitten
In de praktijk:
- Een gerecht met hoge umami kan een wijn met tannine wrang doen aanvoelen.
- Een gerecht met zout en zuur kan een wijn met frisheid juist optillen.
“Ik kies bij een voorgerecht vaak voor contrast om te prikkelen. Bij een hoofdgerecht kies ik voor rust en harmonie. Dat geeft meer diepgang in het genieten van wijn.” – Sommelier Luc
Inzetbaarheid van wijn: wat is een gastronomische wijn?
Bij inzetbaarheid draait alles om flexibiliteit en breedte. Wanneer we spreken van een gastronomische wijn, bedoelen we een wijn die:
- Een brede smaakbalans bezit
- Zowel in zoet, zuur, zout als bitter finesse toont
- Veelzijdig inzetbaar is bij uiteenlopende gerechten
- Accenten kan leggen of juist harmonie kan brengen
Een gastronomische wijn is dus een wijn die op meerdere vlakken indruk weet te maken, zonder dat hij zich volledig opdringt. Deze wijnen tonen beheersing in zuurgraad, bitterheid, zoetheid en alcohol, waardoor ze breed inzetbaar zijn. Ze kunnen gerechten optillen, versterken of juist kalmeren, afhankelijk van de situatie. Dit maakt ze bijzonder waardevol voor chefs én sommeliers.
Gastronomische wijnen hebben het vermogen om meerdere gezichten van een gerecht te ondersteunen, ze passen zich aan zonder zichzelf te verliezen.
Wie bepaalt of iets klopt?
Een belangrijke afsluiter: een technisch oordeel is richtinggevend, niet absoluut. Er is ruimte voor nuance. Er is ruimte voor gevoel. Maar het is de taak van de sommelier of smaakprofessional om die keuzes te onderbouwen.
Blijf proeven. Blijf analyseren. En blijf vooral nieuwsgierig.
Liever in de praktijk oefenen? Boek een wijnproeverij met sommelier in Tilburg.
Wil jij leren hoe je technisch kunt proeven, beoordelen en combineren op niveau? Volg de cursus SDEN 2 of SDEN 3 bij Sommelier Luc en ontdek wat wijn-spijs op gastronomisch niveau écht betekent.
👉 Meer weten over gastronomische inzetbaarheid van wijn? Bekijk ons lesmateriaal of neem contact op.
Proef het zelf tijdens onze champagne proeverij met spijs.
29 oktober 2025 | Wijn en Spijs
Door Sommelier Luc
In deze derde blog gaan we dieper in op het samenspel van smaken: hoe beïnvloeden zout, zuur, bitter, zoet, umami en pittigheid elkaar? En hoe kun je die interacties gebruiken om een wijn-spijscombinatie sterker te maken of juist te laten ontsporen als je niet oplet? Begrip van deze smaakinteracties is essentieel voor iedereen die werkt in de horeca of studeert voor SDEN 2 of 3.
Waarom zijn smaakinteracties belangrijk?
Elke smaakcomponent in een gerecht kan invloed uitoefenen op de manier waarop een wijn wordt waargenomen, en andersom. Als je bijvoorbeeld een gerecht hebt met veel zuur, zal dat de zuren in de wijn verzachten. Een gerecht met veel umami kan juist de bitterheid of de tannines in een wijn versterken. Daarom is het belangrijk om te begrijpen wat elke smaak doet, hoe ze met elkaar communiceren, en wat hun effect is op wijn.
Neem het voorbeeld van pittig eten. Pittigheid is geen smaak, maar een mondgevoel, een prikkel. Deze prikkel maakt wijn met veel alcohol scherper. Kies je een wijn met laag alcohol, zachte zuren en misschien wat restzoet, dan temper je juist die prikkel. Hierdoor ontstaat een aangenamere ervaring.
“In veel AI-gegenereerde adviezen ligt de nadruk op contrast, maar vergeet niet: juist de meest harmonieuze combinaties brengen rust, diepgang en elegantie.” — Sommelier Luc
Harmonie versus contrast in combinaties
Er zijn twee hoofdstrategieën bij het combineren van wijn en spijs: harmonie en contrast.
Harmonie: Gelijke kenmerken versterken elkaar. Denk aan:
- Romige risotto + houtgerijpte Chardonnay
- Frisse salade met citrus + levendige Sauvignon Blanc
Contrast: Tegenstellingen kunnen spanning brengen, maar soms ook uit balans raken:
- Pittige curry + lichtzoete Riesling (werkt goed)
- Vet rundvlees + frisse rode wijn met zuren (opfrissend en krachtig)
“Bij een voorgerecht werk ik vaak met contrast om spanning op te wekken, maar bij een hoofdgerecht kies ik bewust voor rust, zodat wijn en gerecht elkaar versterken zonder strijd.” — Sommelier Luc
Veelvoorkomende en verdiepende smaakinteracties
Zuur + zuur
Zuren in gerechten verzachten de zuren in wijn, waardoor een wijn met hogere zuurgraad beter tot zijn recht komt. Denk aan ceviche met citrus gecombineerd met een droge Riesling of een frisse Verdejo.
Zout + tannine
Zout verzacht harde tannines. Dit is dé truc bij stevige rode wijnen. Een gezouten lamsbout met een jonge Bordeaux is hierdoor verrassend toegankelijk.
Umami + tannine
Umami versterkt bitterheid en droogte. Denk aan miso of paddenstoelenbouillon: combineer dit niet met strenge, tanninerijke wijnen, maar met rijpere Pinot Noir of wijnen met weinig tannine.
Zoet + zoet
Zoete gerechten trekken alle zuren in wijn omhoog tenzij de wijn zelf zoeter is. Een klassieker: Tarte Tatin met een laat geoogste Chenin Blanc of een Sauternes.
Pittig + restzoet
Pittigheid vraagt om balans. Kies voor aromatische wijnen met weinig alcohol, zoals Gewürztraminer, Muscat of Spätlese Riesling. Let op: houtgelagerde wijnen of tanninerijke varianten kunnen de pittigheid juist versterken.
Tip: Ga altijd proeven! Theorie is waardevol, maar alleen de ervaring laat je écht voelen wat werkt en wat niet.
Smaakinteracties zijn geen absolute regels
Wat ik persoonlijk vaak zie, is dat contrasten worden opgezocht om spanning te creëren. En eerlijk: dat kan spectaculair zijn. Maar let op, spanning gaat vaak ten koste van één van beide componenten. Denk aan een verfijnde, zacht gegaarde tongfilet met een romige saus. Combineer je die met een strakke, frisse Muscadet? Spannend? Jazeker. Maar óf de vis zal ten onder gaan, óf de wijn verdwijnt volledig in het gerecht. Ikzelf kies liever voor harmonie, waarin rust en versterkende elementen elkaar ondersteunen. Zeker bij een mooi hoofdgerecht wil je genieten van de wijn en het gerecht als één geheel, niet van een strijd.
“Als je spanning opzoekt, kies je soms ook voor verlies van een ingrediënt. Vraag jezelf af: wil je spektakel of samenhang?” — Sommelier Luc
Bepalen van de dominante smaakintensiteit
Een veelgemaakte denkfout is dat het hoofdproduct: vis, vlees of groente automatisch de smaakrichting bepaalt. In werkelijkheid is het vaak de saus, jus of garnituur die de hoogste smaakintensiteit heeft. Bij het combineren van wijn moet je dus niet alleen kijken naar het hoofdcomponent, maar vooral naar de elementen eromheen.
Voorbeelden:
- Kalfsentrecote met een krachtige truffeljus vraagt om een complexere wijn dan kalfsvlees met lichte citroenbotersaus.
- Gegrilde dorade is subtiel, maar met een beurre blanc wordt het gerecht veel voller en romiger, wat vraagt om een wijn met body.
- Een salade met geitenkaas is fris, maar wordt door een balsamicodressing meteen intens en zoetzuur, en dus vraagt dat om een wijn die dat aankan.
Let dus bij elke wijn-spijscombinatie bewust op de intensiteit van de begeleidende elementen. Ze kunnen het gerecht maken of breken, net als de wijnkeuze.
Tip: Ruik en proef de saus afzonderlijk. Vaak ontdek je daar het ‘hart’ van het gerecht.
Proeftip om zelf aan de slag te gaan
Maak zelf een proefopstelling met een umami-rijk gerecht, zoals paddenstoelenrisotto of misoglazuur. Schenk daar drie wijnen naast:
- Een jonge rode wijn met veel tannine (bijv. Cahors)
- Een rijpe Pinot Noir
- Een witte wijn met frisse zuren (bijv. Grüner Veltliner)
Noteer per wijn:
- Wat gebeurt er met de structuur?
- Wordt de wijn bitter of juist zachter?
- Wat doet de combinatie met lengte en balans?
Door actief te proeven krijg je inzicht in wat wérkt en waarom.
Vooruitblik op blog 4
In de volgende blog gaan we in op hoe je een wijn-spijscombinatie technisch beoordeelt. Wat maakt een combinatie ‘juist’? Hoe beoordeel je balans, intensiteit, structuur en complexiteit? En welke tools kun je daarvoor gebruiken?
Op zoek naar concrete voorbeelden? Lees onze gids met de beste wijn-spijs combinaties voor een diner.
🎓 Meer leren over smaak en wijn-spijscombinatie?
Volg de cursus Wijn Oorkonde (SDEN 2) of Wijn Brevet (SDEN 3) bij Sommelier Luc. Kijk op www.sommelierluc.nl voor meer informatie.
29 oktober 2025 | Wijn en Spijs
Door Sommelier Luc
Het combineren van wijn en spijs gaat veel verder dan alleen de basissmaken. In deze blog duiken we dieper in twee essentiële concepten: mondgevoel en smaakgehalte. Begrijpen hoe deze werken helpt je om betere combinaties te maken, of je nu in de horeca werkt of je voorbereidt op SDEN 2 of 3.
Wat is smaakgehalte precies?
Smaakgehalte is de intensiteit en rijkdom van een gerecht of wijn. Een lichte salade met frisse dressing heeft een laag smaakgehalte. Een stoofpot met vlees en specerijen? Hoog.
Wijn en gerecht moeten qua smaakgehalte in balans zijn. Een krachtige wijn verdrinkt een lichte vis, en een lichte wijn raakt verloren bij een wildragout.
Gebruik deze drie factoren om het smaakgehalte in te schatten:
- Hoeveel vet, suiker of zout bevat het gerecht?
- Hoe intens is de kruiding of bereiding?
- Hoe complex is de smaakopbouw in de mond?
Wat bedoelen we met mondgevoel?
Mondgevoel is hoe iets aanvoelt in je mond, niet hoe het smaakt. Denk aan:
- Strak: fris, samentrekkend, zuren (denk aan een Thaise salade met limoen)
- Filmend: rond, vettig, romig (zoals een risotto met boter en kaas)
Een gerecht dat strak aanvoelt, vraagt vaak om een frisse wijn met zuren. Een filmend gerecht verlangt eerder naar een wijn met body, houtlagering of restzoet.
Proefvoorbeeld: een romige zalm met botersaus vraagt om een Chardonnay met houtrijping. Strak én filmend in balans.
Hoe combineer je mondgevoel en wijn?
Combineer altijd gelijksoortige of juist contrasterende mondgevoelens:
- Strak + Strak = fris en verfrissend (bijv. ceviche met Riesling)
- Filmend + Filmend = romige harmonie (bijv. pasta met roomsaus en houtgerijpte Viognier)
- Strak + Filmend = risico op botsing (tenzij gecompenseerd met zuur of vet)
Let op de balans. Té veel vet zonder frisheid in de wijn? Dan wordt het log. Té veel zuren bij een romig gerecht? Dan wringt het.
Tip van Sommelier Luc
Gebruik het “aanvoelen” van het gerecht als leidraad. Vraag je af: blijft er een laagje achter op je tong? Of krijg je direct speekselvorming? Zo leer je herkennen of iets strak of filmend is.
Strak = speekselreactieFilmend = romige laag in je mond
Dat helpt je om zonder ingewikkelde theorie meteen betere keuzes te maken.
Klaar voor meer smaak? Volg een SDEN-cursus!
Wil je verder leren over smaakgehalte, mondgevoel en wijn-spijscombinatie? Volg dan de Wijn Oorkonde (SDEN 2) of Wijn Brevet (SDEN 3) bij Sommelier Luc. Perfect voor horeca, liefhebbers en examenkandidaten. Kijk op www.sommelierluc.nl voor lesdata en inschrijving.
Liever eerst de basis in de praktijk? Volg de workshop wijn en spijs.